Historie Trippenhuis

Het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam werd in 1660-’62 gebouwd in opdracht van de broers Louys & Hendrick Trip, ‘kooplieden in waepenen, geschut, cogels & amonitie van oorloge’. De architect was Justus Vingboons (1620/21-1698), de jongere broer van Philip Vingboons. Het linker (of noordelijk) huis werd voor Hendrick Trip gebouwd, het rechter (of zuidelijk) huis voor zijn broer Louys. De forse voorgevel doet niet vermoeden dat er twee huizen achter schuilgingen. De gespiegelde opzet van de beide helften compleet met twee trappenhuizen, gangen en lichthoven verraadt echter we te maken hebben met oorspronkelijk twee huizen.

Nadat de beide broers overleden waren, hebben de huizen hun eigen bouw- en bewoningsgeschiedenis gekend totdat ze in 1815-’17 door stadsarchitect Abraham van der Hart werden samengevoegd. Dit deed hij om twee belangrijke instellingen te huisvesten, te weten het in 1808 opgerichte Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten – de voorloper van de huidige Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen – en het Rijksmuseum. Dit Rijksmuseum verliet het pand in 1885. Sinds 1817 vormen de twee panden een eenheid die in de afwerkingslagen tot uitdrukking komt.

 

 

Er zijn verschillende aanpassingen en restauraties gedaan aan het pand. De eerste restauraties hebben een incidenteel karakter. De laatste restauratie onder architect H. Mol van de Rgd omvatte beide huizen en streefde naar een totaalbeeld, zonder dat echter voldoende bekend was hoe dat oorspronkelijke beeld eruit zag. Na deze restauratie zijn er in de jaren ’80 en ’90 nog enkele aanpassingen gedaan. Aan de hand van onderzoek heeft men getracht de verkeersruimten terug te brengen naar het 17e-eeuwse beeld. Helaas heeft dit niet tot een kloppend en bevredigend resultaat geleid. Bij de restauratie van de beschilderde plafonds is namelijk veel origineel materiaal verloren gegaan. En voor de reconstructie van de afwerklagen heeft men zich gebaseerd op onvolledige gegevens. Wij mogen ons gelukkig prijzen dat de Rijksgebouwendienst zeer uitgebreid kleurhistorisch en bouwhistorisch onderzoek heeft laten doen, onderzoeken die de huidige restauratie mogelijk hebben gemaakt.

Geef een reactie