Historie Zuiderzeemuseum

De Wierdijk werd in het begin van de tweede helft van de 16de eeuw aangelegd, met het doel extra havencapaciteit te creëren. Na aanleg van een dijk in de Zuiderzee, werd de grond tussen de stad en de nieuwe dijk uitgegraven en ontstond de Oosterhaven en een brede strook grond, de Wierdijk, beschermd tegen de zee door een rij houten palen. Na de aanleg van de zeemuur in 1608 en het besluit van het stasbestuur tot de uitgave van kavels in 1619 werd de Wierdijk binnen enkele jaren bebouwd met grote koopmanshuizen; de Wierdijk moest daarbij een fraai gevelfront van de stad Enkhuizen vanaf de Zuiderzee worden. Ten noorden van het nog bestaande – Staverse Poortje werd later het Oost Indisch huis gebouwd, met daarnaast scheepswerven en enkele pakhuizen van de VOC. De 17de-eeuwse huizen werden voornamelijk op dubbele kavels gerealiseerd, zodat er veel 5 vensterassen brede gevels langs de Wierdijk ontstonden. De panden bestonden uit een voorhuis, binnenplaats en achterhuis aan de Kade. Alleen het huidige Peperhuis is nog uit de 17de eeuw overgebleven en geeft een representatief beeld van deze koopmanshuizen. De onderbouw van Wierdijk 16  vormt nog een voorbeeld van de smallere percelen. De kadastrale minuut uit 1832 toont zeven brede en één smal kavel ter plaatse van het huidige museumcomplex. Wierdijk 16 is op dat moment reeds samengetrokken met nummer 15, zodat aangenomen mag worden dat er in 1619 zeven brede en twee smalle kavels zijn uitgegeven.
In de 18de eeuw zullen diverse panden gemoderniseerd of qua functie gewijzigd zijn. Blijkens de genoemde kadastrale minuut Kavel 618/619 ter plaatse van de huidige Taveerne – werd een enkel 17de-eeuws woon-pakhuis vervangen door een luxueus woonhuis voorzien van aan de binnenplaats uitgebouwde kabinetten en toiletkokers. Het bijbehorende pakhuis aan de Kade werd bij dit pand vervangen door een ondiep bijgebouw, vermoedelijk een koetshuis. Andere panden werden juist geheel tot pakhuis verbouwd, zoals de nog bestaande Erwtenkamer. Ook Wierdijk 14, het interieur van Wierdijk 16 en de bebouwing van Kade 2-3 en Kade 4-5 werden in de 18de eeuw gewijzigd.
Vanaf 1832 werden de eerste panden aan de Wierdijk gesloopt als gevolg van het economisch verval van de stad Enkhuizen, mede na het faillissement van de VOC en de opheffing van de Enkhuizer kamer in 1803. De panden Wierdijk 13, 14, 15 en 16 werden daarbij verkleind door de bovenste verdiepingen af te breken en de overgebleven hoofdverdieping van een schild- of lessenaarsdak te voorzien. De kavels aan de zuidzijde van het bouwblok werden grotendeels gesloopt om plaats te maken voor dubbele arbeiderswoningen onder een schildkap of zadeldak (Wierdijk 17 e.v. en Kade 6 e.v.). Het meest zuidelijke perceel aan de Loggersteeg werd één groot pakhuis onder een flauw zadeldak.
Deze situatie bleef tot aan de stichting van het Zuiderzeemuseum in 1947 grotendeels ongewijzigd. Alleen Wierdijk 13 werd omstreeks 1930 vervangen door een moderne woning met een zadeldak haaks op de Wierdijk.